#09 Buurvrouw Annie

Sinds 2014 woon ik in een van de leukste straatjes van Utrecht. Als ik onze straat in loop word ik, als ik door haar raam naar binnen kijk, vaak begroet door buurvrouw Annie die naar me zwaait vanaf haar rode bank. Strikt genomen is Annie niet mijn buurvrouw, maar wonen we in dezelfde straat. Op zondagavond neem ik haar vuilnis wel eens mee en zet die voor haar op straat. Verder groeten we elkaar, maar heb ik geen idee wat deze vrouw allemaal heeft meegemaakt.

“Oorspronkelijk kom ik uit Friesland. Ik ben nu 82 en woon denk ik bijna 60 jaar in de straat. Voor werk ben ik naar Utrecht gekomen. Ooit botste ik bij de C&A hier in de stad tegen een Groninger aan. Die botsing resulteerde in een huwelijk! Mijn man Jan is aan een hartstilstand overleden op zijn 53ste verjaardag, maar we hebben een hele mooie tijd meegemaakt samen. In die tijd ben ik vlak na elkaar een heleboel mensen verloren die me dierbaar waren. Helaas hoort ook dat bij het leven.

Ik ben altijd druk. De meeste dingen, zoals boodschappen doen, wassen en licht huishoudelijk werk, doe ik nog zelf. Eens per week heb ik een hulp in de huishouding die de zwaardere dingen voor me doet. Dat vind ik heel erg fijn. Twee keer per week ga ik klaverjassen in een buurthuis, eens per week doe ik mee met gymnastiek en elke maandag zing ik in een koor. We zingen oude Nederlandstalig liedjes en treden regelmatig op in bejaardentehuizen. De oudjes vinden dat prachtig. Vaak zingen we voor dementerende ouderen. Voor hen zijn juist deze liedjes heel herkenbaar. Ze zingen mee en gaan dansen, want ze herkennen het nog van vroeger. Het is mooi om te zien en daar doe ik het voor. Verder ga ik elke zaterdag met mijn dochter de stad in. Lekker winkelen, naar de markt en ergens lunchen. En als er ’s avonds niks op tv is, pak ik mijn puzzelboek en hoor ik niet meer wat er om me heen gebeurt.

Ik ben de op twee na jongste in een gezin met 15 kinderen. Bij ons thuis was het altijd een gezellige bende. Toen ik geboren werd moesten de oudste kinderen helpen met het verzorgen van de kleintjes. Dat was toen heel normaal. Ik sliep met nog vijf broers en zussen in een tweepersoons bed. Drie aan het hoofdeind en drie aan het voeteneind. Er werd veel gelachen, totdat moeder kwam zeggen dat het genoeg was en we moesten gaan slapen. We speelden veel op straat met z’n allen: belletje lellen, touwtje springen, bokjes springen. Kinderen van nu weten niet meer wat dat is. Die willen alleen nog maar computeren. Ik heb er een hekel aan, net als aan telefoons. Ik heb er wel een, maar die heb ik nooit bij me, wat ik eigenlijk wel zou moeten doen. Ook tijdens het klaverjassen zitten er altijd wel een paar te tikken op die telefoon. Dan zeg ik: ‘Zitten we nou te kaarten of te telefoneren? Hup, weg dat ding!’ Er is zoveel veranderd in de loop der jaren. Vroeger waren er ook geen auto’s hier in de straat. Toen hadden we nog een brede stoep en een tuintje voor ons huis. Dat is nu wel allemaal anders.

Ik heb een hele mooie tijd gehad waar ik met veel plezier op terug kijk. Maar er komt nog veel meer! En je mag altijd langskomen!”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *